Methyleen blauw

In Monobloc Hydrogel implantaten wordt Methyleenblauw verwerkt.

Samenstelling methyleenblauw >>

Methyleenblauw (methylthioninechloride) heeft interacties met bepaalde SSRI's, (antidepressiva) zoals Seroxat en Paroxetine.

Bijsluiter Paroxetine

Hier staat duidelijk een waarschuwing voor methyleenblauw in.

Als u reversibele MAO-remmers gebruikt (zoals moclobemide, linezolid, methyleenblauw (methylthioninechloride) dient u minimaal 24 uur te wachten voordat u paroxetine gaat gebruiken.

Bijsluiter Seroxat

Ook hierin wordt gewaarschuwd voor methyleenblauw

Als u geneesmiddelen genaamd monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers, waaronder moclobemide en methylthioninechloride (methyleenblauw)) gebruikt, of een van deze geneesmiddelen op enig moment in de afgelopen twee weken hebt gebruikt. Uw arts zal u adviseren hoe u moet beginnen met het innemen van Seroxat, nadat u met het gebruik van de MAO-remmers bent gestopt.

De stof Methyleenblauw in Monobloc Hydrogel is dus niet alleen een kleurstof, maar ook een MAO Remmer en die mag niet gecombineerd worden met een SSRI. Plastisch chirurgen zijn hiervan niet op de hoogte! Ook wordt Methyleenblauw gebruikt om uitzaaiingen van tumoren in de schildwachtersklier op te sporen.

Deze waarschuwing was van 2011, dus in eerste instantie dachten we dat het misschien door wetenschappelijk voortschrijdende kennis niet eerder bekend was, maar bij Pubmed vonden we een onderzoek uit 2007 over methyleenblauw:

Methylene blue and serotonin toxicity: inhibition of monoamine oxidase A (MAO A) confirms a theoretical prediction >>

Onderzoeken;

Toxicology and Carcinogenesis Studies of Methylene Blue Trihydrate (CAS No. 7220-79-3) in F344/N Rats and B6C3F1Mice (Gavage Study) >>

Oxidative decolorization of methylene blue using pelagite >>

Bijsluiter Methylthioniniumchloride / methyleenblauw

Methylthioniniumchloride moet worden vermeden in combinatie met geneesmiddelen die de serotonerge transmissie verhogen, waaronder SSRI's (selectieve serotonineheropnameremmers), bupropion, buspiron, clomipramine, mirtazapine en venlafaxine. Indien intraveneuze toediening van methylthioniniumchloride niet kan worden vermeden bij patiënten die met serotonerge geneesmiddelen worden behandeld, moet de laagst mogelijke dosis worden gekozen en moet de patiënt tot 4 uur na de toediening nauwlettend op CZS-effecten worden bewaakt. Uit een in-vitro-onderzoek bleek dat methylthioniniumchloride een krachtige remmer van CYP450 1A2, 2B6, 2C9 en 2C19 is. De klinische betekenis van deze bevinding is niet bekend, maar het kan niet worden uitgesloten dat de systemische blootstelling aan geneesmiddelen die substraten zijn voor deze iso-enzymen, verhoogd kan worden bij gelijktijdige toediening van methylthioniniumchloride.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik van methylthioniniumchloride bij zwangere vrouwen.

Uit experimenteel onderzoek bij dieren is reproductietoxiciteit gebleken (zie rubriek 5.3). Het

potentiële risico voor de mens is niet bekend. Methylthioninium chloride Proveblue mag niet tijdens

de zwangerschap worden gebruikt, tenzij het duidelijk noodzakelijk is, bijvoorbeeld bij levensbedreigende methemoglobinemie.

Borstvoeding

Het is niet bekend of methylthioniniumchloride wordt uitgescheiden in de moedermelk. De

uitscheiding van methylthioniniumchloride in de melk is niet bij dieren onderzocht. Een risico voor de

zuigeling kan niet worden uitgesloten. Op basis van kinetische gegevens moet de borstvoeding tot

6 dagen na behandeling met Methylthioninium chloride Proveblue worden gestaakt.

Vruchtbaarheid

In vitro is aangetoond dat methylthioniniumchloride de motiliteit van menselijk sperma op een

dosisafhankelijke wijze vermindert.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Methylthioninium chloride Proveblue heeft matige invloed op de rijvaardigheid en het vermogen om

machines te bedienen. De rijvaardigheid kan beïnvloed worden als gevolg van verwarring,

duizeligheid en mogelijk oogstoornissen.

Het risico is echter beperkt, omdat het geneesmiddel uitsluitend bedoeld is voor acute toediening in noodgevallen in het ziekenhuis

WAT IS METHYLTHIONINIUM CHLORIDE PROVEBLUE EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT?

Methylthioniniumchloride (ook bekend als methyleenblauw) behoort tot een groep van

geneesmiddelen genaamd antidota.

Methylthioninium chloride Proveblue wordt aan u of uw kind (in de leeftijd van 0 tot 17 jaar)

toegediend ter behandeling van stoornissen in uw/zijn bloed als gevolg van blootstelling aan bepaalde

geneesmiddelen of chemicaliën die een ziekte genaamd methemoglobinemie kunnen veroorzaken.

Bij methemoglobinemie bevat uw bloed te veel methemoglobine (een afwijkende vorm van

hemoglobine die niet goed zuurstof door uw lichaam kan vervoeren). Dit geneesmiddel helpt bij het

herstel van uw normale hemoglobinespiegel en van het vervoer van zuurstof in het bloed.

2.

WAT MOET U WETEN VOORDAT U METHYLTIONINIUMCHLORIDE PROVEBLUE GEBRUIKT?

Wanneer mag u Methylthioninium chloride Proveblue niet gebruiken?

- Als u allergisch (overgevoelig) bent voor methylthioniniumchloride of andere thiazinekleurstoffen.

- Als uw lichaam niet genoeg van het enzym G6PD (glucose-6-fosfaatdehydrogenase) aanmaakt.

- Als uw lichaam niet genoeg van het enzym NADPH-reductase (nicotinamide-adenine-

dinucleotidefosfaatreductase) aanmaakt.

- Als uw bloedstoornis is veroorzaakt door natriumnitriet.

- Als uw bloedstoornis is veroorzaakt door chloraatvergiftiging.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met Methylthioninium chloride Proveblue?

- Als u matige of ernstige nierziekte heeft. In dat geval zijn wellicht lagere doses (< 1 mg/kg) nodig.

- Als uw bloedstoornis veroorzaakt is door een chemische stof genaamd aniline, die in

kleurstoffen zit. In dat geval zijn wellicht lagere doses nodig en mag de totale dosis niet hoger

zijn dan 4 mg/kg (zie rubriek 3 van deze bijsluiter